donderdag 1 mei 2014

Transparant samenwerken tussen industrie en zorgprofessionals

“Jij doet toch iets in de zorg tegenwoordig?”
“Jazeker, ik werk voor de medische industrie”.
“O, fabrikanten? Die financierden vroeger toch van die betaalde reisjes naar verre oorden van allerlei artsen? Werkt dat nog steeds zo?"
Kennelijk is dit een hardnekkig beeld en dat is jammer, want fabrikanten werken zelf, en ook in samenwerking met andere partijen, hard aan het laten zien dat deze praktijken niet meer van deze tijd zijn.

Laat ik stellen: Samenwerking tussen artsen en fabrikanten is van wezenlijk belang voor de innovaties in zorg en hulpmiddelen voor patiënten. Om dit belang te kunnen blijven dienen hebben de fabrikanten in 2012 op eigen initiatief, maar wel met volle steun van de Minister, daarom ook de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) opgesteld. De GMH bevat regels voor de omgang tussen fabrikanten en ieder die betrokken is bij de aanschaf of toepassing van een medisch hulpmiddel.

Ik kan niet voor alle partijen spreken, maar binnen de brancheorganisatie waar ik voor werk, wordt door de fabrikanten de GMH zeer serieus genomen. Leden toetsen met elkaar of bepaalde evenementen als congressen wel of niet “codeproof” zijn en gaan hierover ook het gesprek aan met elkaar en met de organisatoren van de evenementen.

 
 
Regels voor sponsoring

Goed bezig, zou je zeggen, maar toch is het niet voor iedereen even makkelijk. Er zijn helaas nog altijd enkele bedrijven die denken zich hieraan te kunnen onttrekken. Wat als zo’n bedrijf wel financieel bijdraagt aan een evenement waarvan iedereen op z'n klompen kan aanvoelen dat dit niet kan als je het hebt over zorg en zorgkosten? Dat brengt de (gelukkig!) in de meerderheid zijnde goedwillende fabrikanten in een lastige positie. Stelt u zich eens voor, daar lopen dan een paar van je grootste afnemers rond. Daar gaat je kans op een goed gesprek over jouw producten.

En trouwens, wie heeft dat bedrijf gevraagd om dat evenement te sponsoren? Kan een organisatie dat maken in de huidige tijd waarin we allemaal moeten letten op de zorgkosten en gemeenschapsgeld? Waarom is het voor z'n organisatie niet logisch dat een goed gesprek en interessante cursussen over de nieuwste ontwikkelingen op een gepaste locatie ergens in, laten we zeggen, Utrecht zou kunnen plaatsvinden?

Wederkerigheid en samenwerking
 
Gelukkig zijn dit nog uitzonderingen en zal de wereld ook voor deze partijen snel veranderen. Sinds 1 januari 2014 hebben namelijk ook de artsen- en ziekenhuiskoepels de GMH onderschreven en is er sprake van wederkerigheid. Wat de ene partij niet mag aanbieden of geven, mag de andere partij ook niet vragen of accepteren. Bij wetenschappelijke verenigingen en de artsen op de werkvloer, groeit het besef dat deze gedragscode noodzakelijk is, wil eenieder met opgeheven hoofd kunnen verantwoorden richting patiënt dat op heldere overwogen gronden een behandeling met producten is gekozen. Steeds vaker vinden de goede gesprekken plaats tussen de organisatoren van evenementen en de industrie. De aandacht neemt alleen maar verder toe. Gelukkig maar.

Even terug naar de noodzaak van samenwerking tussen fabrikanten en zorgprofessionals. Samen zorgen zij ervoor dat er nieuwe en verbeterde producten en technologieën komen die de zorg beter en efficiënter maken. Samen zorgen zij ervoor dat deze nieuwe technologieën goed getest en wetenschappelijk onderbouwd worden. In samenspraak zorgen zij ervoor dat de patiënt er beter van wordt. En laat dat nou de basis zijn voor de goede samenwerking, en niet de vraag of een bedrijf wel of niet sponsort.

Kirsten Jacobs
Branchemanager Nefemed


Meer weten over Nefemed? LinkedIn: www.linkedin.com/company/nefemed
 

 

dinsdag 11 februari 2014

Patiënt centraal? Of toch niet?

Hans Hoogervorst heeft in 2006 met de lancering van de nieuwe zorgverzekeringswet de macht willen verschuiven van specialist naar patiënt.

Anno 2014 is daar nog weinig van te merken. Het heeft er alle schijn van dat de zorgverzekeraars als derde partij er met het been vandoor gaan; specialisten wanen zich binnen de instellingsmuren nog steeds redelijk machtig. Patiënten en consumenten zie ik nog veel te veel als makke lammetjes de aangeboden zorg en mogelijke vergoeding daarvan accepteren.

Ik mag daar dan wel met verbazing naar kijken, ik moet de zorgverzekeraars wel mijn complimenten maken omdat ze de kansen die ze krijgen, volledig benutten. Zij zitten aan het stuur en bepalen steeds meer voor u en mij welke hulpmiddelen en welke zorg geboden wordt (en voor welk bedrag). Dit geldt in de extramurale zorg en heren en dames specialisten, maak uw borst maar nat; u komt in de instellingen ook nog aan de beurt!

Zorgverzekeraars aan de macht


Deze machtsverschuiving naar de zorgverzekeraars baart mij als consument en als representant van de fabrikanten van medische hulpmiddelen zorgen. De patiënt centraal? Ja, zolang deze past in de 80-20 regel en zolang deze past binnen de range waarop we kosten van de desbetreffende zorg hebben begroot. Zijn de zorgkosten hoger, dan zouden we volgens het systeem van meneer Hoogervorst, terug moeten naar het zorgplan om te kijken of deze patiënt wel de juiste oplossing heeft gekregen bij de zorgvraag die hij/zij heeft. Deze hele gedachte, die in de extramurale zorg de wettelijk verankerde functioneringsgerichte omschrijving en – aanspraak heet, heeft nog steeds geen goede uitwerking voor veel van de  zorgvragen in de praktijk. Zorgverzekeraars krijgen alle ruimte om te sturen op 'maximale schadelast' en zijn zeker bereid binnen die kaders de inhoud van zorg over te laten aan het veld. Maar…omdat het veld de kansen laten liggen om het initiatief naar zich toe te trekken wordt de zorgverzekeraar niet tegen gehouden in de ambitie van doorschietende machtstoename.

 

Wat is de rol van de professional en patiënt


Laat de zorgverzekeraar het 'wat' bepalen van de zorg. Dames en heren patiënten en professionals; u, bepaalt ú het 'hoe'. Wanneer dit niet gebeurt, dan kan ik het de zorgverzekeraar niet verwijten dat zij dit naar zich toetrekken en daarmee niet alleen de kaders, maar ook de (economisch gedreven) invulling daarvan gaan bepalen.

Willen (we als) veldpartijen de invulling geven aan de situatie die al sinds 2006 werkelijkheid is? Wanneer we de zorgverzekeraars goed  kunnen uitleggen welke zorg en hulpmiddelen die patiënt nodig heeft om de functiebeperking zoveel als mogelijk op te lossen, dan mag de verzekeraar zich terugtrekken van dit terrein. Dan moeten we wel dezelfde taal spreken ren zelfde systematiek toepassen. Wanneer we als fabrikanten daarnaast kunnen aantonen dat het hulpmiddel doet wat het beoogt, heeft de zorgverzekeraar helemaal geen klagen meer.

 

Richtlijn functioneringsgerichte aanspraak


De uitgangspunten van die eenheid van taal en systeem zijn al voorhanden: de procesbeschrijving hulpmiddelen, vertaald in een Richtlijn Functioneringsgerichte aanspraak, voor alle soorten hulpmiddelen die voor patiënt en consument voorhanden zijn. Met het veld presentatie-indicatoren er tegenaan zetten en voila, het systeem moet kunnen werken.

Creëer als veldpartijen de mogelijkheden om patiënten de macht bieden waar ze recht op hebben. Hiermee kunnen we wel de patiënt centraal te zetten in het systeem. En het is de fundering onder kwaliteit van zorg.

Dus snel aan de gang! Wanneer we kunnen laten zien aan de zorgverzekeraars wat we bedoelen, dan is het niet meer de verzekeraar aan het stuur, maar de  patiënt en krijgt Hoogervorst alsnog zijn zin.
 

Iris van Bemmel
Branchemanager Nefemed


Meer weten over Nefemed? LinkedIn: www.linkedin.com/company/nefemed