maandag 9 januari 2017

Bewijs dat hulpmiddelenzorg werkt...

Evidence based practice voor hulpmiddelen, waarom is dat zo belangrijk?

Hoe weet je als gebruiker dat een hulpmiddel werkt? Hoe toon je aan dat hulpmiddelen doen wat ze moeten doen? Dat ze in termen van verzekeraars en beleidsmakers ‘effectief en kosteneffectief’ zijn? Dus, hoe werkt bewijs bij hulpmiddelen?

Bij de inzet en het meten van resultaat van inzet van medische hulpmiddelen kijk je naar andere dingen dan bij geneesmiddelen. Een hulpmiddel draagt vooral bij aan het oplossen van een functioneringsstoornis.

Bijvoorbeeld: een stomazakje helpt niet de medische oorzaak of afwijking van de darm of blaas op te lossen, maar maakt het wel mogelijk dat je kan functioneren zonder dat je de hele dag op de WC zit, een gehoorapparaat zorgt ervoor dat je weer kan communiceren met mensen, hen weer kan verstaan. Incontinentiemateriaal zorgt ervoor dat je urine wordt opgevangen op de momenten dat het nodig en wenselijk is, je daar geen last van hebt en het niet ruikt of voelt. Compressiekousen zorgen voor betere doorbloeding, maar lossen het probleem met de vaten in de benen niet op.

Al deze medische hulpmiddelen lossen de medische oorzaak niet op, maar kunnen wel een bijdrage leveren aan het genezingsproces. Nog belangrijker; ze zorgen ervoor dat je als mens, patiënt of gebruiker beter kan (blijven) functioneren, waardoor je dingen kan doen, die je door je ziekte of aandoening anders niet meer kon.

Is beoordelen subjectief…

Hoe bewijs je dan vervolgens dat ze werken, dat ze oplossen waarvoor ze zijn bedoeld? Bewijslast verkrijg je op basis van de gebruikerservaringen en beoordeling daarvan door de deskundige behandelaar. Je kijkt naar het resultaat in de dagelijkse praktijk die worden getoetst aan de verwachting. Welk verschil maakt de inzet van die hulpmiddelenoplossing voor die gebruiker? Hoe ervaart de gebruiker dit? Is die gebruiker tevreden, accepteert hij de oplossing, zijn er geen complicaties of onvolkomenheden? Zo kan je evalueren en resultaten meten. Zo wordt op de meest objectieve wijze bewijslast verkregen. Data vergaren is essentieel maar wel op basis van de juiste uitgangspunten, op basis van evidence based practice.

….of maatwerk

Bij hulpmiddelenzorg ga je dus als gebruiker samen met de behandelaar beoordelen of het hulpmiddel naar behoren functioneert. Dit kan alleen dán worden beoordeeld, wanneer goed en zorgvuldig wordt gekeken naar het functioneren van de gebruiker in zijn eigen omgeving. Tevens wordt de keuze voor een bepaalde hulpmiddelenoplossing elke keer opnieuw overwogen en getoetst bij veranderingen. Die kunnen plaatsvinden in de omgeving van de gebruiker, de manier waarop hij actief is of in de omstandigheden van die gebruiker. Denk aan het optreden van een complicatie bij van ziekte/aandoening, of nadat andere medicatie is voorgeschreven.

Standaardisatie van keuzeproces

Hulpmiddelenzorg is maatwerk en dat is niet voor niets. En ja, het is ook nog deels subjectief. Ieder mens is anders en functioneert anders. Dat moeten en mogen we nooit vergeten in hulpmiddelenzorg. De vraag die elke gebruiker en behandelaar zich stelt wanneer wordt geëvalueerd of een hulpmiddel werkt: Kan ik met inzet van het hulpmiddel beter horen/zien/voelen/lopen/werken/lachen/slapen/zitten/liggen enzovoort, iets dat ik zonder of andere oplossing (minder of) niet goed kan? Die beleving, die ervaring kan voor de ene gebruiker heel anders zijn dan voor een andere gebruiker met hetzelfde oplossing. De zorgprofessional en de patiënt samen zijn dus echt de experts om te bepalen of een hulpmiddel daadwerkelijk oplevert wat verwacht werd. En ja, het verzamelen van van bewijslast, van data is nodig. Maar je mag daarmee nooit de objectieve behandelaar/voorschrijver uitsluiten die gericht, samen met de gebruiker kijkt naar de specifieke hulpmiddelenoplossing. Standaardisatie op basis van bewijslast met de grote getallen werkt dus niet bij hulpmiddelenzorg.

Evidence based medicine of evidence based practice

Hulpmiddelen beoordeel je dus op een andere manier dan geneesmiddelen. Van geneesmiddelen weten we dat die pas bij patiënten mogen worden voorgeschreven en gebruikt als ze bewezen veilig zijn en doen wat ze beloven, gebaseerd op resultaten bij grote hoeveelheden patiënten. Beoordeling van hulpmiddelen vraagt om een andere benadering van bewijs wat het doet (en oplevert) dan een geneesmiddel. Toch is er een steeds luidere roep om ook medische hulpmiddelen op dezelfde wijze te beoordelen als geneesmiddelen. Een volstrekte utopie en doet alle werking en functies van medische hulpmiddelen tekort. En ook alle gebruikers….


Geschreven door Iris van Bemmel van Nefemed.

woensdag 18 februari 2015

Een hoopvolle lente met een oud geluid

Terwijl de laatste noten van de Oeteldonkers, Kruikenzeikers en Oeletoeters langzaam versterven is het tijd nog even over de schouder te kijken. Wat een week…. nee, niet alleen die praalwagens en ludieke groepen carnavalsvierders. Nee, de politiek die over medische hulpmiddelen ging.

Richtlijnen en protocollen als basis voor hulpmiddelenzorg
Een mooie brief van Zorgverzekeraars Nederland aan de mensen in de 2e Kamer die gaan over de zorg. Ja, van zorgverzekeraars die de laatste tijd regelmatig onder vuur liggen en die ook aan de borreltafel niet ontkomen aan grote verontwaardiging over al het kapitaal vergaren, beperkte artsenkeuze en geringe kwaliteit van zorg. In de brief wordt afstand genomen van het oude systeem van limitatieve lijsten omdat dit maatwerkoplossingen en innovatie belemmert. Nee, dan toch liever een systeem gebaseerd op richtlijnen en protocollen om kwalitatief hoogstaande hulpmiddelenzorg te realiseren. Jaren geleden al door zorgverzekeraars gepredikt en ook door de fabrikanten van medische hulpmiddelen toegejuicht. Nu lijkt eindelijk het kwartje te vallen om patiënten maatwerk te kunnen leveren en zo nodig sneller in aanmerking te laten komen voor innovatieve hulpmiddelen. Da’s goed en passend. Zorgverzekeraars willen dit samen met veldpartijen ter hand gaan nemen. Een mooi geluid. Ik hoop niet dat dit alleen de echo is van destijds.

Keuzevrijheid voor de patiënt
Maar er is meer. Ook de koepel van patiëntenorganisaties NPCF samen met Ieder(in) liet de Kamerleden weten dat zij veel zien in het ondersteunen van de zelfkeuze van patiënten voor een hulpmiddel. Uitgangspunt zou moeten zijn de zgn. International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF). De keuze van de patiënt voor een hulpmiddel wordt ondersteund op basis van zijn lichamelijk, persoonlijk en maatschappelijk perspectief. Ja, dat is moderne hulpmiddelenzorg, jaren geleden al vastgelegd in de Richtlijn Functionele Aanspraak. Iedereen uit het hulpmiddelenveld was daar toen al bij. Nu eindelijk lijkt ook bij de patiëntenorganisaties het spreekwoordelijke kwartje te zijn gevallen. Da’s ook een mooi geluid. We zijn inmiddels wel vijf jaar verder. Een beetje tempo maken mag nu dan wel.

Ook het pleiten voor transparantie bij de borging van kwaliteit door zorgverzekeraars past in de huidige tijd. Was 2015 niet het jaar van de transparantie?

Diegene die dat jaar heeft bedacht is het ministerie van VWS. Laat nou ook het ministerie een duit in het zakje te doen. Een mooie brief geschreven aan een zeer betrokken stomaverpleegkundige. Bij stomazorg gaat het niet alleen om de kosten van het stomamateriaal maar om de integrale kosten. Zomaar raak. Behandeling volgens richtlijnen en zorgstandaarden, in de 1e of 2e lijn. Zomaar raak. Maatwerk voor de stomapatiënt. Zomaar raak. Welke brief uit het 1e decennium van deze eeuw ging daar ook al over?

Wat een week!
Wat een week moet je concluderen. Maar dat was het niet eens allemaal. In het overleg in de 2e Kamer zegde de minister ook een onderzoek toe naar de adequate invulling van de zorgplicht van zorgverzekeraars en de rol die de zorgverlener in het proces van hulpmiddelenzorg vervult of moet vervullen. Goed om de hulpmiddelenzorg in de praktijk nog eens de revue te laten passeren.

Kortom, even over de schouder kijken, naar wat er ook al weer was afgesproken, hoe we het bedoeld hadden, wat we al hebben bereikt, hoe we verder moeten met het oog op het patiëntenbelang, kwalitatieve zorg en/of kwaliteit van leven. Ik ben hoopvol gestemd. Rond de zomer weten we meer.


Roelf van Run is directeur van Nefemed



donderdag 1 mei 2014

Transparant samenwerken tussen industrie en zorgprofessionals

“Jij doet toch iets in de zorg tegenwoordig?”
“Jazeker, ik werk voor de medische industrie”.
“O, fabrikanten? Die financierden vroeger toch van die betaalde reisjes naar verre oorden van allerlei artsen? Werkt dat nog steeds zo?"
Kennelijk is dit een hardnekkig beeld en dat is jammer, want fabrikanten werken zelf, en ook in samenwerking met andere partijen, hard aan het laten zien dat deze praktijken niet meer van deze tijd zijn.

Laat ik stellen: Samenwerking tussen artsen en fabrikanten is van wezenlijk belang voor de innovaties in zorg en hulpmiddelen voor patiënten. Om dit belang te kunnen blijven dienen hebben de fabrikanten in 2012 op eigen initiatief, maar wel met volle steun van de Minister, daarom ook de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) opgesteld. De GMH bevat regels voor de omgang tussen fabrikanten en ieder die betrokken is bij de aanschaf of toepassing van een medisch hulpmiddel.

Ik kan niet voor alle partijen spreken, maar binnen de brancheorganisatie waar ik voor werk, wordt door de fabrikanten de GMH zeer serieus genomen. Leden toetsen met elkaar of bepaalde evenementen als congressen wel of niet “codeproof” zijn en gaan hierover ook het gesprek aan met elkaar en met de organisatoren van de evenementen.

 
 
Regels voor sponsoring

Goed bezig, zou je zeggen, maar toch is het niet voor iedereen even makkelijk. Er zijn helaas nog altijd enkele bedrijven die denken zich hieraan te kunnen onttrekken. Wat als zo’n bedrijf wel financieel bijdraagt aan een evenement waarvan iedereen op z'n klompen kan aanvoelen dat dit niet kan als je het hebt over zorg en zorgkosten? Dat brengt de (gelukkig!) in de meerderheid zijnde goedwillende fabrikanten in een lastige positie. Stelt u zich eens voor, daar lopen dan een paar van je grootste afnemers rond. Daar gaat je kans op een goed gesprek over jouw producten.

En trouwens, wie heeft dat bedrijf gevraagd om dat evenement te sponsoren? Kan een organisatie dat maken in de huidige tijd waarin we allemaal moeten letten op de zorgkosten en gemeenschapsgeld? Waarom is het voor z'n organisatie niet logisch dat een goed gesprek en interessante cursussen over de nieuwste ontwikkelingen op een gepaste locatie ergens in, laten we zeggen, Utrecht zou kunnen plaatsvinden?

Wederkerigheid en samenwerking
 
Gelukkig zijn dit nog uitzonderingen en zal de wereld ook voor deze partijen snel veranderen. Sinds 1 januari 2014 hebben namelijk ook de artsen- en ziekenhuiskoepels de GMH onderschreven en is er sprake van wederkerigheid. Wat de ene partij niet mag aanbieden of geven, mag de andere partij ook niet vragen of accepteren. Bij wetenschappelijke verenigingen en de artsen op de werkvloer, groeit het besef dat deze gedragscode noodzakelijk is, wil eenieder met opgeheven hoofd kunnen verantwoorden richting patiënt dat op heldere overwogen gronden een behandeling met producten is gekozen. Steeds vaker vinden de goede gesprekken plaats tussen de organisatoren van evenementen en de industrie. De aandacht neemt alleen maar verder toe. Gelukkig maar.

Even terug naar de noodzaak van samenwerking tussen fabrikanten en zorgprofessionals. Samen zorgen zij ervoor dat er nieuwe en verbeterde producten en technologieën komen die de zorg beter en efficiënter maken. Samen zorgen zij ervoor dat deze nieuwe technologieën goed getest en wetenschappelijk onderbouwd worden. In samenspraak zorgen zij ervoor dat de patiënt er beter van wordt. En laat dat nou de basis zijn voor de goede samenwerking, en niet de vraag of een bedrijf wel of niet sponsort.

Kirsten Jacobs
Branchemanager Nefemed


Meer weten over Nefemed? LinkedIn: www.linkedin.com/company/nefemed
 

 

dinsdag 11 februari 2014

Patiënt centraal? Of toch niet?

Hans Hoogervorst heeft in 2006 met de lancering van de nieuwe zorgverzekeringswet de macht willen verschuiven van specialist naar patiënt.

Anno 2014 is daar nog weinig van te merken. Het heeft er alle schijn van dat de zorgverzekeraars als derde partij er met het been vandoor gaan; specialisten wanen zich binnen de instellingsmuren nog steeds redelijk machtig. Patiënten en consumenten zie ik nog veel te veel als makke lammetjes de aangeboden zorg en mogelijke vergoeding daarvan accepteren.

Ik mag daar dan wel met verbazing naar kijken, ik moet de zorgverzekeraars wel mijn complimenten maken omdat ze de kansen die ze krijgen, volledig benutten. Zij zitten aan het stuur en bepalen steeds meer voor u en mij welke hulpmiddelen en welke zorg geboden wordt (en voor welk bedrag). Dit geldt in de extramurale zorg en heren en dames specialisten, maak uw borst maar nat; u komt in de instellingen ook nog aan de beurt!

Zorgverzekeraars aan de macht


Deze machtsverschuiving naar de zorgverzekeraars baart mij als consument en als representant van de fabrikanten van medische hulpmiddelen zorgen. De patiënt centraal? Ja, zolang deze past in de 80-20 regel en zolang deze past binnen de range waarop we kosten van de desbetreffende zorg hebben begroot. Zijn de zorgkosten hoger, dan zouden we volgens het systeem van meneer Hoogervorst, terug moeten naar het zorgplan om te kijken of deze patiënt wel de juiste oplossing heeft gekregen bij de zorgvraag die hij/zij heeft. Deze hele gedachte, die in de extramurale zorg de wettelijk verankerde functioneringsgerichte omschrijving en – aanspraak heet, heeft nog steeds geen goede uitwerking voor veel van de  zorgvragen in de praktijk. Zorgverzekeraars krijgen alle ruimte om te sturen op 'maximale schadelast' en zijn zeker bereid binnen die kaders de inhoud van zorg over te laten aan het veld. Maar…omdat het veld de kansen laten liggen om het initiatief naar zich toe te trekken wordt de zorgverzekeraar niet tegen gehouden in de ambitie van doorschietende machtstoename.

 

Wat is de rol van de professional en patiënt


Laat de zorgverzekeraar het 'wat' bepalen van de zorg. Dames en heren patiënten en professionals; u, bepaalt ú het 'hoe'. Wanneer dit niet gebeurt, dan kan ik het de zorgverzekeraar niet verwijten dat zij dit naar zich toetrekken en daarmee niet alleen de kaders, maar ook de (economisch gedreven) invulling daarvan gaan bepalen.

Willen (we als) veldpartijen de invulling geven aan de situatie die al sinds 2006 werkelijkheid is? Wanneer we de zorgverzekeraars goed  kunnen uitleggen welke zorg en hulpmiddelen die patiënt nodig heeft om de functiebeperking zoveel als mogelijk op te lossen, dan mag de verzekeraar zich terugtrekken van dit terrein. Dan moeten we wel dezelfde taal spreken ren zelfde systematiek toepassen. Wanneer we als fabrikanten daarnaast kunnen aantonen dat het hulpmiddel doet wat het beoogt, heeft de zorgverzekeraar helemaal geen klagen meer.

 

Richtlijn functioneringsgerichte aanspraak


De uitgangspunten van die eenheid van taal en systeem zijn al voorhanden: de procesbeschrijving hulpmiddelen, vertaald in een Richtlijn Functioneringsgerichte aanspraak, voor alle soorten hulpmiddelen die voor patiënt en consument voorhanden zijn. Met het veld presentatie-indicatoren er tegenaan zetten en voila, het systeem moet kunnen werken.

Creëer als veldpartijen de mogelijkheden om patiënten de macht bieden waar ze recht op hebben. Hiermee kunnen we wel de patiënt centraal te zetten in het systeem. En het is de fundering onder kwaliteit van zorg.

Dus snel aan de gang! Wanneer we kunnen laten zien aan de zorgverzekeraars wat we bedoelen, dan is het niet meer de verzekeraar aan het stuur, maar de  patiënt en krijgt Hoogervorst alsnog zijn zin.
 

Iris van Bemmel
Branchemanager Nefemed


Meer weten over Nefemed? LinkedIn: www.linkedin.com/company/nefemed